VIER ELEMENTEN

als aardworm op deez' aardkloot
vermeng ik mij in de materie van het hier en nu

als onweerstaanbaar water
wijst het mij de weg naar het weten

als lichtende lucht
beweeg ik me door de talloze tunnels van het labyrint

als vlammend vuur
versta ik de veelheid van de beperking

zo voel ik het verschil
zo duelleer ik in dualiteit
zo ervaar ik de eenheid
zo neem ik waar

zo existeer ik

es van essen

kroniek -epiloog-

begrafenis versus crematie

Arola_2

Eind 2007 is Martha uit haar lijden verlost. Na jarenlang excessief drankmisbruik is ze uiteindelijk aan uitputting overleden. Een longontsteking gaf de genadeslag. Ik besloot naar haar crematie te gaan en kon meerijden met een vriend van de overledene.
Hij kwam mij met z'n Arola ophalen. Ik hees me in zijn brommobiel en als haringen in een ton reden we richting Oosterbegraafplaats. Ik stond versteld hoe wendbaar dat karretje is. Over allerlei heuvels en versperringen kwamen we al hotsend op de Middenweg aan. Nog vijf minuten en we zouden op de plaats van bestemming zijn, dachten we. Dat we een straat te vroeg afsloegen hadden we niet zo snel in de gaten en voor we het wisten, waren we verdwaald in een labyrint van straatjes en pleintjes.
Toen we bij een vuilstortplaats kwamen en daar een paar werklui in actie zagen, ging ik maar eens vragen waar de begraafplaats was. Dat wisten zij niet want ze kwamen uit Brabant, maar een was zo helder om ons naar honderd meter verder te verwijzen want daar had hij een grafsteen zien staan. We arriveerden op de aangewezen plaats en het bleek dat we aan de achterkant van het kerkhof waren beland. Inmiddels waren we al een kwartier te laat en reden met de Arola over een kiezelstenen pad. Ook hier waren geen aanwijzingen naar de ingang of uitgang van het dodenoord te bekennen.
Plots kwam ons uit tegenovergestelde richting een rouwstoet tegemoet van uitsluitend zwarte mensen. Mijn reisgenoot wist me te vertellen dat een week eerder een Ghanese man van het balkon was gesprongen op de vlucht voor de politie omdat hij illegaal was. Hij had het niet overleefd, bleek. De bonte stoet van minstens vijftig meter lang bestond uit mannen en klaagvrouwen. De vrouwen leken in trance en schreeuwden ach en wee in hun eigen taal. Sommigen maakten bezwerende gebaren terwijl ze zich kronkelend voortbewogen. Andere vrouwen zakten door de knieën, werden omhooggetrokken en vervolgens ondersteund door de anderen. Wij gingen opzij met onze Arola want we wensten niet onder de voet gelopen te worden en keken onze ogen uit. 
Toen we alweer tien minuten verder waren, vonden we uiteindelijk de hoofdingang vanwaar een gastvrouw ons begeleidde naar de plek waar we moesten zijn. De Arola mocht niet voor de deur geparkeerd worden. Omdat mijn metgezel nog maar twintig procent van zijn ademhalingsorgaan kan gebruiken vanwege een longemfyseem, kwam hij hijgend en puffend aanlopen. Weliswaar met een gigantisch boeket bloemen. Dat had ze nog tegoed van mij, zei hij.
Wij werden binnengelaten en weggepropt in het kleinste kamertje van het crematorium en ik kon nog net de laatste woorden van de speech verstaan: de overledene is nu bij mama in de hemel. Er waren weinig mensen maar toch moest de helft blijven staan, waaronder wij. In deze benauwde omgeving mochten we getuige zijn van een engelachtig koor van James Last-achtig allooi en in die tijd konden wij de dode herdenken. Daarna was er koffie met cake en kon ik de gedachte niet onderdrukken dat de overledene en ik in haar goede tijd regelmatig grappen maakten over een spetterende begrafenis mét champagne.
Haar crematie was zoals ze de laatste jaren had geleefd: miserabel, triest, kleurloos, saai en armoedig. Eén ding is me duidelijk geworden: voor mij nooit een crematie maar een -liefst bonte- tocht naar het graf.

es van essen

de hype

geschreven door Ronald Offerman

Ik ben het niet zo snel eens met onze koningin maar in het geval van haar aversie tegen de hypes van de media moet ik haar helemaal gelijk geven. Buiten de hype dat je zo maar ongezien haar paleis binnen kan rijden met een nepbom op je achterbank was er ook nog de hype met Arend Jan Boekestijn. Eigenlijk hadden we daar helemaal niets over mogen weten want volgens de traditie houden de kamerleden hun mond over wat er gezegd wordt in hun gesprekken met de koningin. Arend Jan Boekestijn hield zich daar niet aan en is dus opgestapt. Hij had een gesprek gehad op een zeer hoog intellectueel niveau met de koningin en in de tweede kamer moest hij dat maar weer allemaal uit gaan leggen. Dat was niet makkelijk dat moesten wij gewoon klootjesvolk vooral niet onderschatten. Dat was erg moeilijk om het duidelijk te maken aan het gewone volk. Hij is opgestapt en zo is er weer een nieuwe hype ontstaan. De SP gaat niet naar dat gesprek met de koningin wat ook alweer een hype is. Balkenende word geen president van Europa dus die hype is afgelopen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in Venlo was Wilders weer een hype terwijl hij niet eens mee deed. (die snotneus woonde vroeger tegenover ons, zei een fanatieke Venlose dame nogal hijgerig). Marcel van Dam heeft eindelijk de mensen ontdekt waarvoor hij eigenlijk altijd in de politiek zat en heeft daar gelijk een film over gemaakt: De Onrendabele. Die film is ook een hype aan het worden. En anders maakt Marcel van Dam er zelf wel een hype van. Maar nog knap dat hij er dus eindelijk achter is dat er nog meer mensen in Nederland wonen dan de keurig debatterenden waar hij zijn hele leven tussen heeft gezeten. Jan Schaefer die ook af en toe wel voor een hype zorgde zou er heel goed over hebben kunnen zeggen, Marcel, dan ben je toch je hele leven in heel andere kroegen geweest dan ik. Als Marcel van Dam al in de kroeg komt natuurlijk. De hype over die vakantiewoning is voorlopig ook nog niet afgelopen. Bij mij in de buurt is er een hype die eindigt in weer een relletje omdat ze twaalf kansarme jongeren in New York een schip willen laten schilderen. Althans dat heb ik er van begrepen want je kunt natuurlijk niet elke hype precies volgen. Nu nog wachten tot ik zelf een hype ben en van mijn eigen two minutes off fame kan genieten. Als de koningin daarover iets tegen me zal zeggen, dan zal ik het niet doorvertellen want tenslotte zijn er al hypes genoeg. Daar heeft ze helemaal gelijk in.

necrologie van Ko

Ko_1_2Gistermiddag 8 november 2009 is onze papegaai Jacob, roepnaam Ko, gestorven.
Vorige week zondag kreeg hij kramp in zijn vleugels na een vlucht van boom naar tafel. Hij zakte door z'n poten en had last van evenwichtsstoornis. Het leek op een epileptische aanval. Ook zat er de laatste dagen bloed in z'n poepjes.
Wat moet je dan. Het dier laten verkommeren of naar de arts en hopen op een levenselixer.
Dinsdag naar de academie voor diergeneeskunde in Utrecht gegaan, hogeschool op gebied van papegaaien. Ko moest daar een nachtje blijven en er zou eerst een bloedonderzoek plaatsvinden. Reeds op de terugweg naar Amsterdam ging de telefoon met de mededeling dat Ko 'dik bloed' had. Hij zou uitgedroogd zijn en kreeg vocht toegediend. In de namiddag werd verteld dat hij ook leverfalen had en de toestand zorgwekkend was maar er nog allerlei onderzoeken moesten gebeuren.
Na kort beraad werd besloten om Ko de volgende ochtend op te halen. Niet nog meer onderzoeken, hij was al zo gestrest. Liever het einde van zijn leven in oude vertrouwde omgeving samen doorbrengen dan in een steriele ziekenhuissfeer.
Hij was weer zo blij toen hij thuis was, at en dronk en deed net alsof er niets aan de hand was maar takelde langzamerhand af. De poepjes zagen er nu zeer bloederig uit, hij moest kotsen en viel af en toe om. Zaterdagavond nam hij niets meer tot zich. Gisterochtend was hij zo verzwakt dat hij helemaal niet meer op zijn poten kon staan en rond twee uur kreeg hij zijn spuitje. Begrafenis heeft later in de middag in eigen tuin plaatsgevonden. Hij is ter ruste gelegd naast de allang overleden kippen, hazen, eend en parkiet.

Hoe oud Ko is geworden, weet ik niet maar ik veronderstel minstens veertig jaar of ouder. De eerste -meer dan- dertig jaren heeft hij een goed leven geleid bij een oud echtpaar. Daarna nog enige tijdelijke tehuizen totdat hij bij ons kwam. Hij had de jaren ervoor in een kooi gezeten maar hier pronkte in de kamer een klimboom van essenhout. Zeseneenhalfjaar lang.
Ko was niet meer volgens het plaatje 'moeders mooiste' vanwege zijn ouderdom. Enigszins verkalkte poten, miste een teen, zat niet meer strak in het pak, zag er zelfs wat flodderig uit, maar juist daardoor van een expressieve Schoonheid.
Slim was hij. Ooit had ik gelezen dat papegaaien de intelligentie hebben van een kind van vier.
Zijn volledige vrijheid heeft hij nooit misbruikt. Hij vernielde niets maar had een wisselende aandacht voor touw, pennen en papier. Lees: hartverscheurend
Hij kon vliegen maar deed het zelden of nooit vanwege zijn kooiconditionering en stond iedere keer versteld van zichzelf als hij zijn vleugels uitsloeg.
's Zomers zetelde hij vaak in de tuin en lachte de buurkinderen na. Hij was beroemd en berucht in de buurt, selectief en zeker geen allemansvriend. Als 't 'm niet beviel kon hij naar een bezoeker nog weleens 'uitvallen'.
Wanneer er een reiger langsvloog of een roofvogel in de lucht hing, die ik amper met het blote oog kon zien, deinsde hij terug met een hoog specifiek geluidje: alarm!
Iedere ochtend vloog hij bij het ochtendgloren van boom naar tafel, alwaar hij over de stoel klauterde en op de rugleuning plaatsnam, wachtend op de dingen die komen gingen en alert op de eerste menselijke geluiden: goeiemorgen, de dag is begonnen. Het wordt weer genieten vandaag!
Wat hij in zijn kop had, had hij niet in z'n staart en hij wist altijd wel duidelijk te maken wanneer hij iets wilde. Feilloos gaf hij richting aan. Dat kon naar de stok in de keuken zijn, of op schouder bij de computer of zitten op de rugleuning van de stoel.
Zijn gelukzaligste momenten waren bij het bakken en braden. Ultieme verrukking bij het horen van gesis in de pan. Dan zakte hij door zijn poten en kwispelde met z'n staart. Hij was expert in aanvoelen van sferen.
Wanneer je iets at, zette hij zijn kop scheef en keek je aan: 'lekker hè'...
Niet reageren.
Nu iets nadrukkelijker: 'lek-ker-hè'...
Niet reageren.
Nu nog harder (heb je me nou nog niet gehoord): 'mmMMmm'...
En hij kreeg z'n lekkernij. Het was een gezellige eter.
Op tafel had hij zijn eigen plaats en at met de pot mee. Gek op botjes van de kip waar hij het merg uitsnavelde.
Ko was een vrolijke rustige vogel. Schreeuwen deed hij nooit. Iedere namiddag vond onze 'lachsessie' plaats. Hij kon jubelen en juichen. Lachte als een ouwe theetante en gooide dan vaak z'n kop in de nek. Zo hing hij de clown uit. Hij had z'n favoriete muziek. Bij sommige stemmen moest hij er bovenuit, de boventoon zingen en swingen op zijn stok bij 'it's only rock 'n roll'. 

Ko, het is leeg en stil in huis zonder jou!

es van essen

Ko_2 Ko_3 Ko_4

kroniek VI

Delirium_tremens

Ik was net de dood van een goede vriendin aan het verwerken toen Martha opbelde vanuit de Jellinek.
-Zou je me alsjeblieft even terug willen bellen? Er zijn een paar dingen gebeurd waar ik je dringend over wil spreken maar mijn muntjes voor de telefoon zijn op en ik heb geen geld bij me.
Mijn hoofd stond op dit moment helemaal niet naar Martha en haar verhalen maar het klonk zo urgent dat ik me liet verleiden tot een reactie.
-Blij dat je me terugbelt. Ik heb het afgelopen weekend tot drie keer toe een insult gehad.
-Zo, dat is niet mis. Je hoort vaker van zo’n aanval bij plotselinge alcoholonthouding. Het bekende delirium tremens met zijn daarbij behorende detoxicatieverschijnselen.
-Ik ben zelfs even bewusteloos geweest maar ik heb nu benzodiazepinen gekregen tegen de ontwenningsverschijnselen en slaaptabletten om een beetje redelijk de nacht door te komen en dan nog wat, mijn nagels laten los en mijn haar valt uit.
-Ik zou m’n leverfuncties maar eens laten nakijken om te weten of je geen levercirrose hebt. De eerste symptomen heb je laatst al genoemd zoals gebrek aan eetlust, gewichtsverlies, misselijkheid, algehele vermoeidheid en slapte. Het ontbreekt bij jou nog maar aan blauwe plekken of plekjes met kleine, rode spinvormig gerangschikte bloedvaatjes in de huid.
-Dan vergis je je want dat heb ik namelijk ook. Blauwe plekken over mijn hele lichaam en bij mijn nagels en op andere plaatsen een soort schimmel, heeft de dokter gezegd.
Ik kon er niet warm of koud van worden. Wat deed dat mens zich toch allemaal aan. Het was sowieso niet te geloven dat het lichaam niet allang had medegedeeld dat ze het maar moest uitzoeken. Na jaren van verwaarlozing en excessief drankgebruik kon je toch niet verwachten dat het lijf maar ja en amen bleef zeggen. Dat ze het zolang had volgehouden was op zich al een raadsel.
-Dan is het eindelijk zo ver kind, dat betekent dunkt mij een absoluut alcoholverbod voor jou.
-Dat hebben ze hier ook al gezegd maar ik weet niet of ik dat kan. Misschien iedere dag maar één glaasje.
-Maak jezelf toch niets wijs Martha of je drinkt niets meer of je drinkt je lekker binnenkort het graf in. De keuze is aan jou. Je weet dat het niet bij één glas blijft. Hoe vaak hebben we het hier al niet over gehad. Je treedt in een voortdurende herhaling en je luistert gewoon niet.
-Nu moet je niet zo gaan moraliseren, ik kan er ook niets aan doen, jammerde ze.
-Natuurlijk moraliseer ik, ik kan en ik wil niet anders zo simpel ligt het. Als je nu alweer begint met dat ene glaasje als je straks thuis bent, denk ik dat mens is niet goed wijs, riposteerde ik.
Het begon me behoorlijk te irriteren. Net nog was ik bezig het fenomeen sterven van alle kanten te beschouwen. Mensen, zonder dat ze daar enige inspraak in hadden, kregen de meest vreselijke ziektes. Zomaar. En dan een Martha met een ijzersterk gestel die zo haar lichaam en leven verkwanselde. Ik had er genoeg van.
-Dit was het? vroeg ik met een flinke ergernis in mijn stem.
-Ja, vind je het niet erg genoeg.
-Ja, het is verschrikkelijk, zuchtte ik.
Ik had er geen zin meer in om maar steeds water naar de zee te dragen en beëindigde ons gesprek.
-Dag Martha, nog een prettige tijd in de Jellinek.
es van essen

het is een wonder

geschreven door Ronald Offerman

Van de week kreeg ik het blaadje Levensstroom in de bus. Het magazine met het getuigenis van de kracht Gods. Zoals de subtekst luidt. Ik geloof niet in god en niet in wonderen maar ik ben wonder boven wonder wel vreselijk nieuwsgierig. Dus zo'n blaadje ga ik dan toch zitten lezen. Verlamden, blinden, iemand met een “slipping hip” en een mevrouw met de ziekte van Graves, zij allen werden op een wonderbaarlijke manier genezen. Zomaar door de aanraking van de heer. Ik weet niet of u wel eens in een ziekenhuis bent geweest, zo niet, dan zou dat ook een wonder zijn, maar daar liggen toch vrij veel mensen te creperen aan de meest afgrijselijke ziektes. Ik vraag me dan altijd af waar komt die willekeur toch vandaan. Waarom wordt de één op wonderbaarlijke wijze genezen en waarom de andere niet. Alleen maar omdat je bidt. Ik denk dan: we zijn, als god bestaat, toch allemaal kinderen van de heer. Maar blijkbaar valt een groot deel van de wereldbevolking niet onder de categorie die op wonderen zitten te wachten en die mogen dus gewoon op een vreselijke manier de pijp uit gaan. In dat blaadje stonden natuurlijk ook verhalen van mensen die alcoholist waren geweest of aan de drugs en die plotseling helemaal geen trek meer hadden in dat verderfelijke spul. Ik heb zelf ook wel eens geen trek meer in drank maar dat is dan vaak wel heel laat op de avond. In mijn geval is het meer een wonder dat ik het nog tot zo laat vol hou. Maar goed, die mensen zijn er zo maar helemaal van af. Vroeger stonden er in de stad vaak groepjes mensen van het leger des heils met een gitaar en een tamboerijn van gods pracht te getuigen. Daarbij hadden ze dan ook vaak een afgekickte alcoholist uit de leger des heils pet getoverd. Dan stond daar zo'n armoedzaaier, als ie dat al was natuurlijk, te getuigen van hoe slecht zijn leven eerst was, met drank en vrouwen en ontucht en hoe blij hij nu was om mee te mogen zingen in het grote koor van de heer. Maar ik vond die types altijd een beetje zielig. Ze stonden daar zo vaak zonder overtuiging te vertellen over goede dingen die hen waren over komen nadat ze de heer in hun hart hadden toegelaten. Terwijl ze wel altijd droevige ogen hadden. Of ik let er niet meer op of er staan nooit meer van die groepjes mensen, maar toen kon ik me over dat soort verhalen ook al zo vreselijk verbazen. Net als de verhalen in dat blaadje. Wat dus schijnbaar door honderdduizenden mensen wordt gelezen. Het lijkt soms of ik nog de enige ongelovige ben in Nederland.

Vandaag ben ik jarig. Ik ben drieënvijftig geworden. Een respectabele leeftijd vind ik zelf. Terwijl een hele hoop mensen toch heel andere vooruitzichten voor me hadden, ben ik er nog steeds. Sommige mensen zullen dat ook als een wonder ervaren. Of als een vloek. Ik zelf vind het in ieder geval wonderlijk en zal het waarschijnlijk vieren in de kroeg. Ik zal proosten op nog vele jaren en nog veel plezier. Dit wonder is, voorlopig, de wereld nog niet uit.